8. Uitleg van begrippen

Centrale zorgverlener

Eén van uw zorgverleners is uw centrale zorgverlener. In gesprek met uw arts beslist u wie uw centrale zorgverlener is. Meestal is uw arts uw centrale zorgverlener. Het kan ook een verpleegkundige uit uw team van zorgverleners zijn. Met uw centrale zorgverlener houdt u contact over uw situatie en de zorg. U kunt al uw vragen stellen aan uw centrale zorgverlener. Uw centrale zorgverlener houdt contact met uw andere zorgverleners. Deze zorgverleners werken samen in een team. Uw centrale zorgverlener regelt de zorg. En regelt dat de zorg op elkaar aansluit. Ook als u (tijdelijk) ergens anders bent.

Euthanasie

Als u vindt dat u ondraaglijk lijdt en er is geen uitzicht meer op verbetering, dan kunt u uw arts vragen uw leven te beëindigen. Dit heet euthanasie.  Als u om euthanasie vraagt, zal uw arts dit met u bespreken. Uw arts zal zorgvuldig afwegen of uw verzoek op dat moment aan de wettelijke eisen voldoet en of hij uw verzoek wil uitvoeren. Een arts is niet verplicht om euthanasie uit te voeren.

Hoofdbehandelaar

Vaak heeft u meerdere artsen. Uw hoofdbehandelaar is de arts die uiteindelijk verantwoordelijk is voor alle zorg. Meestal is deze arts ook uw centrale zorgverlener. In gesprek met uw arts beslist u wie uw centrale zorgverlener is. Deze persoon zelf of een verpleegkundige uit uw team van zorgverleners.

Individueel zorgplan (IZP)

In uw individueel zorgplan zijn uw wensen en waarden vastgelegd. Wat voor u en uw naasten belangrijk is. En wat u nodig heeft. Ook de afspraken en plannen uit het gesprek met uw arts of uw centrale zorgverlener staan in uw individueel zorgplan. Zo kunt u de afspraken en plannen altijd nalezen. In uw individueel zorgplan staat ook een overzicht van uw zorgverleners. Zij werken samen in een team.

Let op:


het delen van gegevens uit het IZP is gebonden aan regels. Uw arts of centrale zorgverlener kan hier meer over vertellen.


Klachten en problemen

Misselijkheid, braken, vermoeidheid, benauwdheid, gebrek aan eetlust en verstopping van de darmen zijn veel voorkomende klachten in de palliatieve fase. Ook komen angsten en depressies voor. Daarnaast kunt u problemen hebben met afscheid nemen, vragen over de zin van het leven hebben of zorgen over hoe naasten straks verder kunnen.

Kwetsbaar

Kwetsbaarheid kan ontstaan door bijvoorbeeld meerdere chronische ziekten die grote invloed hebben op uw dagelijks leven. Of een combinatie van een chronische ziekte en lichamelijke achteruitgang door uw leeftijd. Deze kwetsbaarheid maakt de kans groter op opname in een ziekenhuis of verpleeghuis. Of het sterven komt daardoor dichterbij.

Mantelzorger

De mantelzorger is de naaste die voor u zorgt. Dit gebeurt vanuit zijn of haar relatie met u. Mantelzorg is meer dan de normale hulp van naasten en familie. Mantelzorg valt buiten de professionele zorg.

Naaste

Iemand met wie u zich verbonden voelt en die dichtbij u staat. Bijvoorbeeld uw partner, vriend, huisgenoot, kind.

Palliatieve zorg

Palliatieve zorg richt zich op de kwaliteit van leven van u en van uw naasten. Op wat u belangrijk vindt en wat u nodig heeft in deze laatste fase van uw leven. U krijgt zorg om deze kwaliteit zo goed mogelijk te houden.

Palliatieve sedatie

Bij palliatieve sedatie verlaagt de arts met medicijnen uw bewustzijn. Afhankelijk van de situatie kan dit leiden tot een lichte slaperigheid of een diepe slaap. Palliatieve sedatie is een mogelijkheid voor als u aan het einde van uw leven veel pijn heeft, of bijvoorbeeld erg benauwd bent. En het niet lukt om deze klachten op een andere manier te verminderen. Palliatieve sedatie is niet bedoeld het leven te verkorten of te verlengen, maar zorgt ervoor dat u geen last meer heeft van uw klachten.

Respijtzorg

Respijtzorg is een tijdelijke en volledige overname van zorg met als doel de mantelzorger een adempauze te geven. Het is een verzamelbegrip voor voorzieningen die tijdelijk, beroepsmatig of vrijwillig de mantelzorg overnemen, en dus respijt verlenen.

Stervensfase

De periode van de laatste dagen voor u sterft heet de stervensfase.

Vertegenwoordiger

Zijn er wensen rondom uw zorg die u niet heeft besproken? En kunt u uw wensen niet (meer) bekendmaken?Dan regelt de wet dat een andere persoon de rechten van de patiënt moet bewaken. Die persoon wordt de wettelijk vertegenwoordiger genoemd. Wie kan uw vertegenwoordiger zijn? De wet gebruikt deze volgorde:

  1. Uw (door de rechter benoemde) vertegenwoordiger.
  2. Uw schriftelijk gemachtigde. U heeft deze persoon gemachtigd. Dit gebeurde toen u nog wilsbekwaam was.
  3. Uw echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel.
  4. Uw ouder, kind, broer of zus.

Wilt u dat een vriend of vriendin u wettelijk vertegenwoordigt? Dan kunt u dat regelen door zelf deze vriend(in) schriftelijk te machtigen. Dan moet u wel zelf (nog) wilsbekwaam zijn. Doet u dit niet? Dan beschouwt uw zorgverlener uw partner of (daarna) uw naaste familielid als uw wettelijk vertegenwoordiger. Meer informatie vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Vrijwilliger

In de palliatieve zorg zijn opgeleide vrijwilligers beschikbaar. Zij kunnen u en uw mantelzorger ondersteunen, praktische hulp en aandacht geven. Zo heeft uw mantelzorger meer tijd voor de familie. Of kan hij of zij zelf even rust krijgen. Vrijwilligers verrichten geen medische, verpleegkundige of zware huishoudelijke taken.

Wilsverklaring

In een wilsverklaring schrijft u welke medische behandelingen u wel of niet wilt. Bijvoorbeeld geen reanimatie bij een hartstilstand. U kunt ook opschrijven dat u bij ondraaglijk lijden euthanasie wilt. U kunt uw wensen typen of met de hand opschrijven. Op de wilsverklaring zet u de datum en uw handtekening. Ook kunt u een wilsverklaring inspreken of op video opnemen.
Een wilsverklaring biedt u geen garantie dat uw arts deze altijd respecteert. Er zijn ook andere regels die uw arts moet naleven. Zo zal uw arts niet overgaan tot medisch zinloos handelen en volgt uw arts de regels die horen bij het verlenen van euthanasie. Bespreek uw wilsverklaring altijd met uw arts.

Wmo

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een wet in het kader van hulp en ondersteuning. Het doel van de wet is om burgers te helpen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van de Wmo.

Wlz

De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die voortdurend (intensieve) zorg nodig hebben in de nabije omgeving. Denk daarbij aan ernstig chronisch zieken, kwetsbare ouderen en mensen met een ernstige geestelijke of lichamelijke beperking/aandoening. Zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor uitvoering van de Wlz.

Zorgverlener

De persoon die vanuit zijn/haar beroep voor u zorgt. De zorgverlener kan verzorgen, verplegen, begeleiden en/of behandelen. Uw mogelijke zorgverleners zijn: de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde (voorheen verpleeghuisarts), de medisch specialist (bijvoorbeeld: de internist / de oncoloog, de chirurg, de cardioloog, de longarts, de neuroloog, de geriater, de radiotherapeut), de verpleegkundige, de verzorgende, de psycholoog, de geestelijk verzorger, de maatschappelijk werker of andere professionele zorgverleners.

Met de pijl rechtsboven gaat u naar de volgende pagina. Of ga direct naar de inhoudsopgave.

Het Nationale Zorgnummer


Heeft u na het lezen van dit e-book nog vragen? Neem dan contact op met het Nationale Zorgnummer. Dit is de advieslijn van Patiëntenfederatie Nederland. U kunt het Nationale Zorgnummer e-mailen via de website of bellen.

Telefoon: 0900 - 23 56 780 (20 cent per gesprek)
van maandag tot en met vrijdag van 10.00 - 13.00
of www.nationalezorgnummer.nl


Het Nationale Zorgnummer


Heeft u na het lezen van dit e-book over nog vragen? Neem dan contact op met het Nationale Zorgnummer. Dit is de advieslijn van Patiëntenfederatie Nederland en twee andere patiëntenorganisaties. U kunt het Nationale Zorgnummer bellen of e-mailen via de website.

Telefoon: 0900 - 23 56 780 (20 cent per gesprek) van maandag tot en met vrijdag van 10.00 - 13.00 of www.nationalezorgnummer.nl