2. Het gesprek met uw arts

Palliatieve zorg begint meestal met een gesprek met uw arts. Uw arts is (eind)verantwoordelijk voor de medisch zorg. Hij of zij bespreekt uw situatie met u en als u dat wilt ook met uw naasten. De arts zal het u vertellen als u niet meer kunt genezen en de behandeling van uw ziekte medisch gezien niet langer zinvol is. Of als uw overlijden dichterbij komt. U of uw naasten kunnen hier ook zelf naar vragen.

Misschien moet u belangrijke en moeilijke beslissingen nemen. Belangrijk bij het nemen van moeilijke beslissingen is dat u goed geïnformeerd bent. Daarvoor is ook het gesprek met uw arts. Bedenk vooraf of u iemand wilt meenemen naar het gesprek. Om samen te luisteren, vragen te stellen en dan samen met uw arts beslissingen te nemen.

Op welk moment?

Het moment om over palliatieve zorg te praten met uw arts, is er zodra u hierover wilt praten. Dat kan eerder zijn dan het moment waarop uw arts hierover begint. Een arts gaat in gesprek over palliatieve zorg:

  • Als uw ziekte levensbedreigend wordt of als uw gezondheid sterk achteruit gaat.
  • Als uw geheugen minder wordt, bijvoorbeeld bij dementie of door medicijnen.
  • Als u niet meer beter wordt. Of het doel van de behandeling verandert van genezen naar de voor u best haalbare kwaliteit van leven.
  • Als u ongeneeslijk ziek bent en u wilt stoppen met eten en drinken om eerder te sterven.

Waar praten jullie over?

  • De arts vertelt hoe uw ziekte zich kan ontwikkelen en wat u daar van kan merken. Dit is belangrijke informatie, die u helpt om beslissingen te nemen. En welke behandelingen zijn nog mogelijk en welke niet.
  • U praat over hoe het met u gaat, waar u zich zorgen over maakt, wat u belangrijk vindt, waar u wilt sterven en wat uw wensen zijn voor uzelf en voor uw naasten. Wat heeft u nodig om zo prettig mogelijk te leven? Welke wensen heeft u nog? Wat zijn voor u belangrijke waarden? Zo kunt u samen met uw arts beslissingen nemen die bij u passen.
  • Vertel uw arts hoe en met wie u beslissingen wilt nemen. Wie is uw vertegenwoordiger.
  • In het gesprek kijkt u samen vooruit en maakt u afspraken. Het is verstandig deze afspraken op te schrijven. In hoofdstuk 5 leest u hier meer over.

Een wilsverklaring

In een wilsverklaring schrijft u welke medische behandelingen u wel of juist niet wilt aan het einde van uw leven. Heeft u een schriftelijke wilsverklaring? Breng uw arts op de hoogte. Heeft u geen schriftelijke wilsverklaring? Denk dan op tijd na of u wensen wilt vastleggen over wel of geen medische behandeling. En over wie voor u beslist als u het zelf niet meer kunt. Ook uw arts kan met u meedenken over het vastleggen van (niet) behandelwensen in een wilsverklaring.

Het is belangrijk dat uw arts precies begrijpt wat er in uw wilsverklaring staat en wat u ermee bedoelt. Dat geldt ook voor een schriftelijk euthanasieverzoek. Praat hierover met uw arts.

Let op: uw arts volgt niet altijd de wensen in uw wilsverklaring. Bijvoorbeeld als uw arts twijfelt of uw wensen nog actueel zijn. Ook zal uw arts u niet behandelen als de behandeling medisch zinloos is. En uw arts volgt altijd de wet en regels. Zoals de regels die horen bij euthanasie. Uw arts is nooit verplicht om euthanasie uit te voeren. Ook niet als u een euthanasieverzoek op papier heeft gezet.

Verandert uw situatie? Of verandert uw mening?

U kunt altijd op een besluit of afspraak terugkomen. Ook als u uw besluit heeft vastgelegd in een wilsverklaring. Bespreek dit met uw arts en naasten. En pas zo nodig uw wilsverklaring aan.

Let op: Het is verstandig om regelmatig uw wilsverklaring na te lopen. Ook als er niets verandert in uw situatie of uw mening. Zo voorkomt u dat uw arts en/of vertegenwoordiger gaat twijfelen over wat in uw wilsverklaring staat en of dat de zorg is die nu bij u past.

Als u zelf het gesprek niet (meer) kunt voeren

Zijn er wensen die u niet heeft besproken en kunt u uw wensen niet (meer) duidelijk maken? Bijvoorbeeld bij dementie, een ernstige beroerte of door medicijnen. Uw arts controleert dan wie uw vertegenwoordiger is. Als u zelf geen beslissingen (meer) kunt nemen, dan neemt uw arts samen met uw vertegenwoordiger deze beslissingen in lijn met uw wensen.

Taalproblemen

Als u de Nederlandse taal niet voldoende spreekt, laat u dan ondersteunen bij de gesprekken met uw arts. Let op: een tolk wordt niet door de zorgverzekering vergoed.

Met de pijl rechtsboven gaat u naar de volgende pagina. Of ga direct naar de inhoudsopgave.

Het Nationale Zorgnummer


Heeft u na het lezen van dit e-book nog vragen? Neem dan contact op met het Nationale Zorgnummer. Dit is de advieslijn van Patiëntenfederatie Nederland. U kunt het Nationale Zorgnummer e-mailen via de website of bellen.

Telefoon: 0900 - 23 56 780 (20 cent per gesprek)
van maandag tot en met donderdag van 10.00 - 13.00
of www.nationalezorgnummer.nl


Het Nationale Zorgnummer


Heeft u na het lezen van dit e-book over nog vragen? Neem dan contact op met het Nationale Zorgnummer. Dit is de advieslijn van Patiëntenfederatie Nederland en twee andere patiëntenorganisaties. U kunt het Nationale Zorgnummer bellen of e-mailen via de website.

Telefoon: 0900 - 23 56 780 (20 cent per gesprek) van maandag tot en met vrijdag van 10.00 - 13.00 of www.nationalezorgnummer.nl